In het gereformeerde kerkrecht lijkt met deze ontwikkelingen tot dusver weinig rekening gehouden te worden. Ze komen dan ook (voor zover ik kan zien) nauwelijks terug in de Werkorde. Het is juist hier dat de afstand tussen kerkrecht en de werkelijkheid in de gemeenten het meest merkbaar wordt.
Hij had op z'n minst een rol van betekenis bij het opstellen van de liturgische formulieren: het doop-, avondmaals- en huwelijksformulier. En in het Duitse Frankenthal werd in 1566 ook Datheens psalmberijming geboren, die tot 1773 algemeen in de Nederlandse gereformeerde kerken werd gebruikt. Dat was niet alles.